Jeugdig Sliedrecht troeft SGO K1 af

In de uitwedstrijd op 9 februari in Sliedrecht speelde SGO K1 een echte baggerwedstrijd. Door een jeugdig Sliedrecht werden wij op alle fronten afgetroefd. Alleen Erik redde nog enigszins de eer door een prima overwinning aan bord 1. Verder wisten we nog drie schamele remises te boeken en daarmee was de koek op.

Ruim voor aanvang was er al een stress momentje, zoals onze voorzitter terecht bevroedde. Maurits meldde zich ’s morgens af bij Cor (die zat toen bij de kapper, dat verklaart misschien het resultaat) en daarna belde Cor als eerste de ene helft van de vereniging en ik daarna de andere helft, toen ik eenmaal aangehaakt was. Gelukkig was Jurriaan bereid om in te vallen en werd daarmee bijna de held van de dag. Het scheelde niet veel of hij had zijn sterke tegenstander van diens 100% score afgeholpen!

Cor (bord 4 met zwart) boekte een zeer snelle remise tegen Jorik Klein (1836). Na 16 zetten resulteerde een eindspel met dame + lopers van ongelijke kleur. Hieraan viel geen eer meer te behalen (½-½).

Karel (bord 3 met wit) leed een even ongelukkige als pijnlijke nederlaag tegen William Gijsen (1998). Nadat hij een pion had gewonnen had zijn tegenstander even later een verrassend stellingsgelukje: een mataanval met zijn dame + loper (verder waren alle stukken al geruild) waartegen opeens geen goede verdediging meer voorhanden was. (0)

Marcel (bord 8 met zwart) speelde een scherpe opening in zijn lijfvariant tegen Teunis den Rooijen (1954). Wit staat optisch heel goed, maar zwart heeft gevaarlijke aanvalskansen in diverse variaties. Zoals het ging offerde Marcel een stuk voor drie pionnen en was de slotstelling – waarin remise werd overeengekomen – ondoorgrondelijk. Dit was zeker geen slecht resultaat voor ons. (½-½)

Albert (bord 2 met zwart) werd geconfronteerd met een verrassend kwaliteitsoffer, nadat zijn tegenstander Robert van Rekom (2048) ook al een pion had geofferd in de opening. De compensatie zou moeten bestaan uit het klemzetten van zwart op de zwarte velden. Opvallend genoeg werd in een van de andere wedstrijden in de zaal precies hetzelfde kwaliteitsoffer gespeeld. De Sliedrechtse denktank is na hun hersenspinsels in “De Leeuw” blijkbaar op zoek gegaan naar nog zwaardere hallucinerende middelen .. Ik verdenk ze er althans van dat ze bij het uitvinden van deze zet flink aan de paddo’s hebben gezeten. Fritz gelooft er ook niet in: de waardering schiet na dit offer van -0.40 naar -1.40. Ik speel het daarna degelijk, misschien iets te rustig verder. Wit heeft op een gegeven moment – na zijn 18e zet – misschien net aan voldoende compensatie (waardering -0.75). Hierna breekt een wederzijds foutenfestival aan. Mijn zet 18... Tfe8 is te langzaam. Wit had volgens Fritz kunnen profiteren met 19.Db3! en volledige compensatie, maar hij gaat voor de agressieve aanvalszetten 19.Pg5 h6 20.Dh5? waarna hij totaal verloren staat. Tenslotte maak ik de ultieme blunder door zijn remiseaanbod op zet 20 aan te nemen ... Het paard op g5 slaan was mogelijk geweest, maar dat was wel een heksenketel geworden met een smal pad naar de winst. Praktisch gezien was het terugspelen van de toren met 20... Te8-f8 het beste geweest, omdat wit dan niets meer kan op de koningsvleugel en ik sta met twee verbonden vrijpionnen op de damevleugel totaal gewonnen. Vreemd genoeg heb ik deze terugzet 20... Tf8 niet eens overwogen ...! (½-½)

Rob (bord 5 met wit) maakte op zet 4 een openingsfoutje tegen Arjan van der Leij (2042). Hij had daarna misschien onvoldoende compensatie voor zijn geofferde pion, maar de stelling was heel scherp vanwege alle tochtige gaten rond de zwarte koning. Rob’s 9.f4! was zeer to-the-point, maar zijn 11.fxg5? duidelijk minder. In feite leidde hij daarmee zijn stukoffer 13.Pxf4 in, maar dat was onnodig en ook ontoereikend (-3.0). Zwart bleef lange tijd gewonnen staan maar produceerde een enorme blooper met 33... Df2?? Helaas miste Rob zijn kans om met 35.Txe6! de remise te forceren en moest twee zetten later de handdoek gooien. (0)

Henri (bord 6 met zwart) had een zware middag tegen Wim Pool (1934). Hij kwam langzaam maar zeker minder te staan in zijn geliefde Leningrader. De witspeler speelde (uiteraard) ook niet foutloos, zo was het thematische 21.e4! veel sterker geweest dan het gespeelde 21.Lg4. Volgens Fritz had Henri zelfs een plusje op zet 23. Het bleef allemaal binnen de remisemarge, al was de stelling wat lastiger te spelen voor zwart vanwege zijn ruimtegebrek. Na enkele onnauwkeurigheden in tijdnood kon wit binnenvallen met zijn toren op b7 en was het pleit beslecht. (0)

Onze last-minute invaller Jurriaan (bord 7 met wit) speelde een hele knappe partij tegen Floris Verweij (1940). Na 35 zetten stond het nog gelijk, waarbij Jurriaan zelfs optisch beter stond met zijn toren op de zevende rij. Daarna had hij het iets actiever kunnen en moeten spelen, zijn tegenstander greep nu het initiatief en won met een mooie matcombinatie. (0)

Erik (bord 1 met wit) was onze “last man standing” en versloeg in een zwaar gevecht Niels Mijnster (2070). De zwartspeler speelde de opening prima en had ook lange tijd een dikke plus (-0.80/-1.00). Maar Erik wurmde zich er prima uit en na het betere duw- en ruilwerk kwamen zijn twee positionele troeven steeds helderder naar voren: druk tegen de achtergebleven pion op c6 en de betere loper. Vanaf zet 25 ging het zonnetje schijnen voor Erik en langzaam maar zeker groeiden de problemen boven zwarts hoofd. Het was nog hard werken voor Erik maar uiteindelijk bezegelde zijn vrije pluspion op de e-lijn de overwinning, via een spectaculaire apotheose met vier dames op het bord. (1)

Door deze nederlaag staat Sliedrecht nu gedeeld eerste (!) met HWP SvG-2 en wij zijn gezakt naar de gedeelde 5e plaats, met vier ploegen die ons in de nek hijgen (met max 1 matchpunt verschil). We zullen echt nog een keer moeten winnen en dat is zeker mogelijk in de e.v. UIT (ja wederom uit!) wedstrijd tegen HWP SvG-3 op 16 maart.

Albert

Back to Top