Almere zien ... en sterven
Dit seizoen staat voor SGO K3 in het teken van ver reizen naar uitwedstrijden. Na Amstelveen en Nieuwegein stond op zaterdag 7 februari de uitwedstrijd in Almere op het programma. Tegenstander was Almere K5, en ze hebben ook nog een Almere K6, dus het is een grote club. Alle zes teams speelden die zaterdag thuis, in één grote ruimte. Op voorhand leek het erop alsof we hier wel punten konden gaan pakken; de praktijk bleek echter weerbarstiger.
Op bord 1 speelde Serge met wit tegen een speler zonder rating. Over de partij meldt Serge: mijn tegenstander had duidelijk geen zin in het London-system, want hij speelde na Lf4 vrijwel direct g7. Ook vond hij mijn zwartveldige loper een bedreiging, want die sloeg hij met Ph5xLg3 vrij snel van het bord af. Hoe dan ook, met een open h-lijn en een dubbelpion op de g-lijn, tegen een volledig opengeslagen stelling, kwam ik lekker uit de opening vond ik. Plan: lang rokeren en vuren maar! Zijn koning was slecht beschermd, dus dat moest wel voordeel gaan opleveren. Het door mij onderschatte Db6 gooide echter roet in het eten. Dag plan om lang te rokeren. Sterker nog, niet veel later werd ik gedwongen om kort te rokeren. Ook dag druk op de h-lijn. Ik moest dus terug naar de tekentafel voor een nieuw plan. Na herpositionering van enkele stukken wist ik een pion te winnen en kon ik een sterke positie innemen met mijn koning. Kat in het bakkie, dacht ik op dat moment, maar hoogmoed komt voor de val. In een alles-of-niets-poging rukte mijn tegenstander plots op met zijn pionnen op de damevleugel. Op zich niets aan de hand, als ik gewoon de rustige variant had gekozen. Maar nee, ik wilde nu eens niet zo behoudend spelen. Het was tijd om de genadeklap te geven, dacht ik. Ik zag daarbij alleen die linkse directe niet aankomen. Een vernuftig pionnetje draaide de kansen volledig om. Ik heb nog geprobeerd het broodnodige tempo voor remise te vinden, maar niets mocht baten. Ook niet twee pionoffers, en dus liep het uit op een teleurstelling. Had ik maar die andere optie gekozen. Maar ja, achteraf kijk je de koe ik de kont. (1-0)
Op bord 2 speelde Armin met zwart, ook al tegen een speler zonder rating. Het werd een taaie partij, met uiteindelijk een overeengekomen remise, want het stond ook daadwerkelijk in een remise-achtige stelling. (1,5 - 0,5)
Bord 3 was voor invaller Jan de Liefde. Toen ik langsliep, stond Jan op een gegeven moment 2 pionnen voor en dacht ik "dit is een gewonnen positie" en inderdaad, even later gaf zijn tegenstander op. (1,5 - 1,5)
Op bord 4 was Jhenny vlot klaar, en met positief resultaat, want ook hij sleepte er een overwinning uit. (1,5 - 2,5)
Op bord 5 speelde Alan met wit. Hij zegt er zelf het volgende over. In mijn partij speelde ik de Engelse opening. Hij spiegelde mijn zetten, wat een beetje vervelend was want het centrum kwam daardoor potdicht te zitten. Het veranderde op een gegeven moment in een oude Siciliaanse openingsvariant. Met de computer heb ik achteraf gezien dat hij met zijn onverdedigde loper op g4 een blunder beging met h6 (ik had zijn e-pion kunnen winnen met mijn paard op f3). Ik heb deze zet bekeken maar toch besloten het niet te doen. Op dat soort momenten merk ik dat mijn calculatievermogen niet afdoende is om de zettenreeks met materiaalbalans inzichtelijk voor mezelf te hebben. In plaats daarvan zette ik mijn loper op een ongelukkige plek (e3) waardoor ik deze later op moest geven voor zijn paard om mijn pionnen niet te dubbelen. Ik was inmiddels niet blij met mijn positie. Hier miste ik helaas nogmaals (zoals ik nu zie met de computer) de mogelijkheid om een pion te winnen door zijn ongedekte loper te ruilen en tussendoor een pion te pakken met mijn paard. Ik besloot aan de dameszijde een doorbraak te forceren met a4 en a5 en het lukte hier uiteindelijk om zijn pion te winnen en hier een gepasseerde pion te creëren. Ik stond inmiddels best goed maar door een paar onnauwkeurigheden en fouten raakte ik mijn extra pion kwijt en daarmee de voorsprong. Op dit moment geeft de computer 0.00. Een paar zetten later bood mijn tegenstander een gelijkspel aan en deze accepteerde ik maar omdat ik geen kans zag om nog voordeel te creëren. (2 - 3)
Op bord zes speelde uw razende reporter (Arent Jan dus) met zwart. We kwamen terecht in wat de computer de Nimzowitsch Defense: Kennedy variation, de Smet Gambit noemt, waar zwart vroeg in de partij een pion offert en later weer terug moet zien te winnen. Ik werd door een penning min of meer gedwongen lang te rokeren, maar dat was positioneel gezien niet heel rampzalig. Wel gaf ik op zet 17 onnodig nog een pion weg, en na zet 25 stond wit drie pionnen voor. Ik had nog wel een sterke zwartveldige loper en kon de witte koning, met behulp van een pion op de derde rij, de hoek in dwingen. Wit doorzag helaas mijn enige resterende plan (torens dubbelen, een toren offeren en vervolgens schaakmat). Mijn sterke toren, achter de vijandige linie, moest ik gedwongen afruilen tegen een zwakkere toren van de tegenstander. Daarna kon ik zijn vrijpion niet meer tegenhouden, kon wit promoveren en stond ik schaatmat met de 55e zet. (3-3)
Eveline speelde op bord zeven. Zij zegt over haar partij: ik speelde met wit. Ik speelde, evenals mijn tegenstander, de Italiaanse opening. Ik speelde aanvallend waardoor ik flink tempo had en mijn tegenstander regelmatig moest anticiperen. Het lukte mij echter niet om door de verdediging te komen waardoor de rollen vrij snel omdraaiden en ik flink moest gaan verdedigen om niet mat te gaan. De tegenstander begon op te rukken met de b-pion wat ik moest zien te keepen. Ik zag echter kans op met mijn loper door de verdediging te breken en zag mogelijkheden om mijn toren erbij te halen en zelf te gaan dreigen. Ik koos ervoor om vol voor de aanval te gaan en meermaals schaak te gaan zetten. Ik zag hierbij echter over het hoofd dat ik hierdoor een tempo tekort zou gaan komen om tijdig met mijn koning bij de b-pion te komen. Gevolg: niet mat kunnen zetten, maar wel promotie. Hierdoor was het spoedig afgelopen. (4 - 3)
Wil was hekkensluiter op bord 8. Wil: mijn verhaal, treurig, dat wel. Ik speelde op bord 8 dus met zwart tegen een 8-jarig meisje uit India zonder rating. Op e4 speel ik altijd d6 en er ontstond mijn geliefde Pirc. Na zet 9 was de voorsprong van 0,3 punt al vrijwel 0 en kwam ik beter te staan. De computer (Fritz 19) gaf aan een betere stand voor zwart, variërend van 2,5 tot bijna 3. Ik won namelijk een pion en kon mijn toren verdubbelen op de d-lijn. Ik dacht: dat eindspel moet te winnen zijn. Ik dacht lang na - vijf zetten, 45 minuten - om naar de winstweg te zoeken.
Ik vond hem helaas niet maar kon op zet 28 remise maken door zetherhaling maar dat deed ik niet. Daarna ging het snel bergafwaarts met mijn spel. Zij ruilde een toren, kwam daarna binnen met de toren bij mij op de 8ste rij en ik verloor daarna op zet 39 een stuk en heb opgegeven. Het kan verkeren! Rustig blijven en remise accepteren is soms beter dan naar een winstweg zoeken die je maar niet vindt. (5 - 3)
Uw razende reporter was overigens nog nooit eerder in Almere geweest, maar na deze teleurstelling hoef ik ook niet zo nodig spoedig weer terug ...
Arent Jan Oskam