Over het dilemma van de captain, dood of de gladiolen en de drie Houdini“s.
De reis naar Oud-Zeeland - het nieuwe ligt ten zuidoosten van Australië, destijds ontdekt voor westerlingen door onze eigen VOC-er Abel Tasman uit Lutjegast (Gr) - verliep voorspoedig voor de achtkoppige selectie en ruim op tijd arriveerden wij in het knusse lokaal van Souburg. Helaas zonder onze kopman, die de dag ervoor verstek moest laten gaan. Dan weet je dat het een lastige opgave wordt tegen dit sterke Zeeuwse team; hijgend in de Dordtse nek maken zij nog steeds kans op het kampioenschap in 3e en ze kwamen -dientengevolge?- dan ook sterk voor de dag.
Mijn dilemma als dienstdoend captain kwam al binnen het uur; invaller Albert aan bord 3 kreeg in iets betere stelling als wit een remiseaanbod. Wat te doen? Remise nemen en daarmee hun op papier tweede speler neutraliseren? Doorgaan om voor de winst te gaan als underdog? Het halfje incasseren met de gedachte dat elk halfje belangrijk zou kunnen zijn in de degradatiestrijd?
Het was een lastige beslissing, dus ik liet het lekker - nogal laf - aan mijn speler. Die bekeek de stelling nog eens, kon niet goed beoordelen of hij snel de koningsvleugel kon openbreken ( het was een stelling met tegengestelde rokades) en nam de remise, 0,5-0,5.
Vlak daarna gooide Cor aan 7 met wit de knuppel in het hoenderhok. "De dood of de gladiolen!” meldde hij mij. In het oude Rome werden de gladiators onder gladiolen bedolven, mochten zij de strijd in de arena overleven. Dat ze daar zelf weinig fiducie in hadden blijkt wel uit hun groet voorafgaand aan de Caesar, “morituri te salutant, zij die gaan sterven groeten u”
Het werd voor onze man “de dood”; zijn tegenstander speelde de stelling handig en alert en Cor beet in het Zeeuwse arenazand. Nu moet u dat niet al te letterlijk opnemen: onze strijder verliet verticaal de zaal en verkeert naar verluidt in volle gezondheid. Maar wel: 1,5 - 0,5.
Tijd voor een wandeling langs de borden; op 1 had Henk met wit een ok-stelling waar hij met de creatieve zet De3?! de dynamiek veranderde. Het was een enorm moeilijke stelling waar Henk ergens misgreep en een belangrijke pion verloor. maar met nog volop vechtkansen!
Ik constateerde ook dat meerdere Overschienaars minder stonden en een 6-2 nederlaag dreigde.
Karel op 2 een pion achter, Ernst op 6 en Marcel op 8 stonden beiden gedrongen, Erik met zwart aan 4 ongeveer gelijk, en Robert stond met wit aan 5 een fractie beter. Niet gelijk een situatie waarvan je denkt “ik ga de champagne maar eens koel zetten”
En toch was er iets wat tot ons voordeel sprak. Het Zeeuwse tijdsgebruik. Daar waren ze bepaald niet zuinig op. Zowel Ernsts als Marcels tegenstander zaten krap in hun tijd terwijl ze een betere stelling naar winst probeerden te spelen.
Ondertussen was de stelling bij Erik doodgebloed en werd de vrede getekend, 2-1. Henk verloor en dat betekende 3-1.
Over naar de situatie bij Karel. Hij had de opening te passief gespeeld - vond ik, hij niet, en hij is de betere speler so i rest my case - en moest een damevleugelpion inleveren. Op dat moment: tegenkansen 0, compensatie 0. Toen begon hij op de damevleugel te rommelen en etteren, en kreeg zowaar nog wat tegenspel. Dat deed hij heel knap! Er ontstond een eindspel met dame + toren en pionnen defgh voor wit en defg voor zwart. Ergens in die fase had wit kunnen ontwikkelen naar een beter tot gewonnen dame eindspel ( vertelde hij mij in Antwerpen, waar we beiden de dag erna moesten schaken). Toen zo niet geschiedde, was de stelling opeens houdbaar! Moet je nog wel bewijzen, maar laat dat maar aan die Brabo over! 3,5 - 1,5. Dat was Houdini nr 1
Daarna kwam er een fase in de wedstrijd waarin we geluk hadden; Marcel keek tegen een damevleugel meerderheid aan toen wit, in hoge tijdnood, misgreep. De zwarte stukken kwamen los en zwarts koning was veel actiever in een resterend paardeneindspel waarna de witte stelling snel instortte. Erg jammer voor wit die tot dan toe uitstekend speelde. 3,5 - 2,5. Dat was Houdini nr 2. Robert kwam er helaas niet doorheen. Zwart had een achtergebleven pion in een dubbel toreneindspel en ongelijke lopers. Daar kon misschien wat van te maken zijn, ook nadat een stel torens waren afgeruild. Helaas lukte het zwart de laatste torens af te ruilen en was de muziek er uit, 4-3.
Ernst was toen als laatste bezig. In een straal verloren stelling zonder activiteit, compensatie of wat dan ook. Wel meer tijd! Onverzettelijk beet hij zich vast. Ernst kun je, behalve als schaker, ook makkelijk visualiseren als lijfwacht in strak pak, wit communicatieoortje in, en een blik van “ kom niet dichterbij mijn object want dan loopt het niet goed met je af”. Toen hij onze club vorig jaar kwam versterken, dacht ik eerst dat hij de verkeerde deur had genomen en eigenlijk bij het kickboksen moest zijn; blijkt hij gewoon een joviale kerel te wezen!
De Souburger, ook al weer in tijdnood, dacht de zaak te kunnen forceren maar verofferde zich totaal en toen de rook was opgetrokken was er een eindspel ontstaan met voor Ernst toren paard pion tegen toren en vier pionnen. De stelling verried dat het zich hoogst waarschijnlijk tot een KTP sec tegen KT sec zou ontwikkelen en om dat nou te gaan proberen winnen nadat je eerst nog de laatste witte pion moet veroveren was niet realistisch met nog een paar minuten op de klok, dus remise gegeven. 4,5 - 3,5. En dat maakt het trio Houdini's uit Overschie compleet.
Eindstand 4,5 - 3,5, dik verdiend gewonnen door Souburg. Het zat ons op meerdere borden gewoon mee, en dan kun je tevreden zijn met het maximale aantal bordpunten bij 0 matchpunten. Aan het eind zal blijken of het “ halfje van Albert” nog betekenis heeft gehad. De volgende Zeeuwse uitdaging is de komende ronde al, thuis tegen Sas van Gent. Komt dat zien!